Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Werkingssubsidies voor het uitvoeren van functies

Naast de aanduiding van een beperkte groep ’cultureel-erfgoedinstellingen’, blijft de Vlaamse overheid verantwoordelijkheid nemen voor het brede veld, een ruime groep van collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties.


Collectiebeherende organisaties: landelijk én regionaal

Het provinciale ondersteuningsbeleid voor musea en archiefinstellingen wordt geïntegreerd in het ontwerp van Cultureel-erfgoeddecreet. 
De vijf functies vormen de basis voor landelijke of regionale indeling en subsidiëring. De criteria maken een onderscheid tussen landelijke en regionale indeling en zullen, net als de beoordelingsprocedure, nader bepaald worden in het uitvoeringsbesluit.

Alle bedragen voor werkingssubsidies in het nieuwe decreet zijn variabel, voor de regionaal ingedeelde organisaties zijn hierbij wel minimum- en maximumbedragen bepaald.

 

Indeling en subsidiëring van erfgoedbibliotheken

Voor het eerst wordt ook de mogelijkheid voorzien tot indeling en subsidiëring van erfgoedbibliotheken. De erfgoedbibliotheken moeten , net als de musea en culturele archiefinstellingen, een afzonderlijke opzichzelfstaande cultureel-erfgoedwerking hebben om ingedeeld en structureel gesubsidieerd te worden. Voor organisaties waarvan de cultureel-erfgoedwerking deel uitmaakt van een andere werking binnen dezelfde organisatie, zit de structurele financiering vervat in die bredere werking. 


Organisatie voor immaterieel cultureel erfgoed

Het voorontwerp van decreet voorziet in de subsidiëring van een organisatie op landelijk niveau die de 5 functies opneemt specifiek voor immaterieel erfgoed.