Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Beoordeling

Functies en disciplines als basis voor de beoordeling van subsidieaanvragen

Het uitgangspunt van het originele Kunstendecreet uit 2004 is behouden, namelijk een open en flexibel kader creëren voor de kunstensector. Dit omvat:

  • een gelijkwaardige behandeling van alle disciplines en alle dossiers in de beoordeling
  • een kwaliteitsvolle beoordeling op maat voor kunstenaars, organisaties en initiatieven.

De organisatie van de kwaliteitsbeoordeling verandert echter. Voor de beoordeling van de basisinstrumenten (beurzen, projectsubsidies en werkingssubsidies) wordt vertrokken van de zelfprofilering van een aanvrager op basis van functies en disciplines.  

Elke organisatie of kunstenaar kan verschillende functies en verschillende disciplines combineren, of opteren voor één functie of discipline. Hieraan is geen waardeoordeel verbonden. Er worden bovendien geen gewichten toegekend aan de functies of criteria. Als een organisatie bijvoorbeeld voor 90% met productie en 10% met participatie bezig is en beide functies aanduidt, dan zal die organisatie gelijkwaardig op beide functies beoordeeld worden. 

Een zelfprofilering op basis van functies en disciplines vertrekt vanuit inhoudelijke ontwikkelingen van de praktijk. De organisatievorm is van geen belang meer voor de beoordeling.

Welke zijn de functies?

Er zijn vijf functies, namelijk:

  • ontwikkeling
  • productie
  • presentatie
  • participatie
  • reflectie. 

Deze functies zijn gedefinieerd in het decreet en er zijn criteria aan gekoppeld. Deze criteria zijn de richtlijnen om zowel de inhoudelijke kwaliteit als het zakelijk beheer te beoordelen. 

Het inhoudelijke criterium Kwaliteit inhoudelijk concept en concrete uitwerking wordt zowel voor projectsubsidies als werkingssubsidies specifiek ingevuld per functie. 


Ontwikkeling 

Ontwikkeling is “het ontwikkelen of begeleiden van de artistieke praktijk, talent, carrière en oeuvre. Het proces, het onderzoek en het artistieke experiment primeren op een concrete output”. 

Bij ontwikkeling ligt de focus op het proces. Een permanente zelfreflectie over de artistieke praktijk zet aan tot de ontwikkeling van de artistieke praktijk door nieuwe vormen van productie, creatie, educatie, participatie, communicatie te genereren. Kunstenaars en organisaties dragen zo bij tot innovatie.

Voor een kunstenaar kadert ontwikkeling in een traject van levenslang leren en talentontwikkeling. Het proces, het onderzoek en het artistiek experiment primeren op een concrete output.

Een organisatie kan zich zowel richten op de eigen artistieke ontwikkeling als op de begeleiding van de ontwikkeling van kunstenaars of andere organisaties (bij voorbeeld productie-ondersteuning, spreiding, zakelijke begeleiding). 

Zo nemen managementbureaus een ontwikkelingsfunctie op. Daarnaast kunnen ze ook andere functies opnemen. 

De functie ontwikkeling is in tegenstelling tot de functie productie niet gericht op een concreet artistiek resultaat. 


Productie

Productie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als: “het creëren, realiseren, distribueren en promoten van een artistiek werk”.

De functie ‘productie’ omvat zowel het voorbereiden, plannen en uittekenen van creaties als het tot stand brengen van de artistieke creatie op het gebied van financiering, planning, de logistiek, het productieteam, de budgetcontrole, de realisatie en het klaarmaken voor publiek en spreiding. 

Zowel de productie van nieuw werk als herwerkingen of hernemingen van bestaand werk komen in aanmerking voor subsidiëring. 

Het kan gaan om:

  • de productie van voorstellingen
  • publicaties
  • installaties
  • kunstwerken
  • immateriële kunst
  • tentoonstellingen,…

Belangrijk is een visie te ontwikkelen op spreiding/distributie en publieksbereik, zonder zelf  een presentatiefunctie te moeten opnemen.

Voor zowel ‘ontwikkeling’ als ‘productie’ geldt dat er aan onderzoek wordt gedaan, wordt gereflecteerd, uitgeprobeerd, enzovoort. Maar de finaliteit is anders. Voor de functie ‘productie’ gebeurt onderzoek en reflectie met het oog op de realisatie van een concreet product. Voor de functie ‘ontwikkeling’ gebeurt onderzoek en reflectie in de eerste plaats met het oog op de ontwikkeling van talent en de verdieping van een praktijk of oeuvre. 


Presentatie

Presentatie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als: “het delen van het gecreëerde en geproduceerde artistieke werk met een publiek”.

Een presenterende organisatie of kunstenaar deelt kunst met een publiekDe focus ligt op deelnemen. Het publiek is hier de gebruiker, de aanwezige, de toeschouwer, de klant. 

De presenterende organisatie of kunstenaar bereikt haar doelpubliek via: 

  • publiekswerving, namelijk het aanspreken en aantrekken van publiek d.m.v. verschillende communicatiekanalen
  • publiekswerking, namelijk het aanbieden van een gepaste omkadering zoals rondleidingen, zaalteksten, introducties,... 

Bij de functie presentatie wordt vertrokken vanuit het artistieke product dat wordt gepresenteerd aan een publiek. 


Participatie

Participatie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als “het ontwikkelen en toepassen van visie, concepten en processen die bijdragen tot de participatie, zowel als actieve deelname aan kunst als het confronteren met kunst, met aandacht voor maatschappelijke en culturele diversiteit”.

De functie participatie vertrekt van de expliciete zorg voor het toegankelijk maken en het actief betrekken van diverse publieken aan kunst, het ‘deelhebben’. 

Daarbij gaat aandacht naar meer kwaliteit en grotere intensiteit van het deelnemen en het aanspreken van nieuwe doelgroepen

De betrokkenheid van de doelgroep en de procesmatige benadering zijn even belangrijk als het artistieke resultaat. De participatieve methodes die hiervoor nodig zijn kunnen van sociaal-artistieke of kunsteducatieve aard zijn, maar de functie ‘participatie’ beperkt zich hier niet toe. 

De functie ‘participatie’ neemt naast het artistieke resultaat ook de deelname van het publiek als uitgangspunt. Dit onderscheidt ‘participatie’ van de publiekswerkingstaak bij de functie ‘presentatie’, waar het artistieke product het uitgangspunt is.


Reflectie

Reflectie is in het Kunstendecreet gedefinieerd als “de reflectie en kritiek op kunst en het stimuleren en toegankelijk maken van die reflectie.”

Met ‘reflectie’ wordt de betekenis van kunst, een oeuvre of kunst in de maatschappij  besproken, ter discussie gesteld of verdiept. 

De reflectie moet steeds artistieke, culturele of kunstkritische inhoud als voorwerp hebben en bijdragen aan de kennis over (de ontwikkelingen van) het kunstenveld of de discussie erover voeden en versterken. 

Reflectie of kunstkritiek kunnen toegankelijk gemaakt worden voor een geïnteresseerd publiek via bijvoorbeeld publicaties, studiedagen, workshops, lezingen en debatten enzovoort.

Welke zijn de disciplines?

De vier brede disciplineclusters die zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit van het Kunstendecreet zijn uitgewerkt in het aanvraagformulier. Het gaat om

Architectuur en vormgeving

  • architectuur
  • vormgeving

Podiumkunsten

  • dans
  • theater
  • muziektheater
  • performance
  • andere podiumkunsten

Audiovisuele en beeldende kunst

  • audiovisuele kunst
  • beeldende kunst
  • geluidskunst
  • experimentele mediakunst
  • andere

Muziek

  • muziektheater
  • klassieke muziek
  • pop/rock
  • jazz
  • folk
  • wereldmuziek
  • andere muziekdisciplines

Transdisciplinair


Deze onderverdeling is gebaseerd op simulaties en bevragingen in de sector en bij de belangenbehartigers. U kan alle combinaties van disciplines en subdisciplines aanduiden in KIOSK.

Let op: een transdisciplinaire werking of project verschilt van een multidisciplinaire. Organisaties die activiteiten organiseren binnen twee of meerdere disciplines, hebben een multidisciplinaire werking. In dat geval vinkt u in KIOSK de verschillende toepasselijke disciplines aan. 

Enkel wanneer bij de activiteiten van een organisatie de disciplines zodanig verweven zijn dat ze nog maar moeilijk van elkaar kunnen onderscheiden worden en er nieuwe vormen van creëren, vertonen, enzovoort, ontstaan, is de werking niet meer multidisciplinair. In dat geval wordt ze als transdisciplinair beschouwd en selecteert u deze optie in KIOSK.

De disciplines die onder de bevoegdheden vallen van de fondsen, namelijk film en letteren, komen niet in aanmerking voor subsidiëring via het Kunstendecreet.

Welke beoordelingscriteria zijn verbonden aan de functies?

De functies zijn alleen van toepassing bij de basisinstrumenten, namelijk:

  • beurzen
  • projectsubsidies
  • werkingssubsidies 
  • de ondersteuning van kunstinstellingen. 

Per basisinstrument zijn er criteria uitgewerkt. Een aanvraag van een organisatie of kunstenaar wordt over alle disciplines heen getoetst aan dezelfde criteria (9 criteria voor werkingssubsidies, 5 criteria voor projectsubsidies). 

Het criterium kwaliteit inhoudelijk concept wordt per functie specifiek ingevuld. 

De criteria vormen de maatstaf voor de beoordeling.


Beurzen

Een beurs is verbonden aan de functie ontwikkeling. Het opzet van de beurs is om (nieuwe) ideeën te ontwikkelen, (andere) wegen te verkennen, een (nieuwe) evolutie te beginnen, te reflecteren over de eigen praktijk en deze te verdiepen. Belangrijk is dat de beurs niet output- maar evolutie-gebonden is, al kunnen concrete projecten of resultaten onderweg wel ontstaan. 

Er zijn verschillende criteria voor kortlopende en langlopende beurzen. 


Projectsubsidies

Projectsubsidies kunnen aangevraagd worden voor projecten die inzetten op:

  • ontwikkeling
  • productie
  • presentatie
  • participatie
  • reflectie
  • (of voor een combinatie van deze functies). 

Projectsubsidies dekken met andere woorden een brede lading. 

De werkverblijven, creatieopdrachten, opnameprojecten, internationale projecten en de vertaling van niet-periodieke publicaties die in het decreet van 2004 afzonderlijk werden benoemd vallen allen onder de noemer ‘projectsubsidies’.

Voor projecten gelden 5 criteria.   

Het criterium kwaliteit inhoudelijk concept en concrete uitwerking wordt per functie specifiek ingevuld, dit om een beoordeling op maat te garanderen.

1° voor de functie ontwikkeling:

  • kwaliteit van het artistiek onderzoek en experiment
  • bijdrage aan de ontwikkeling van het traject van de kunstenaar

Op basis van dit criterium wordt een inschatting gemaakt van de kwaliteit van een artistiek onderzoek en experiment en de bijdrage van het project aan de ontwikkeling van het traject van de kunstenaar of de organisatie. Onderzoek en experiment leidt tot nieuwe inhoud of een verdieping van de inhoud en geeft zuurstof aan het traject van de kunstenaar of de organisatie.

2° voor de functie productie:

  • kwaliteit van het creatie- en productieproces
  • kwaliteit van het artistieke resultaat
  • visie op distributie en publieksbereik.

De functie ‘productie’ wordt beoordeeld aan de hand van de kwaliteit van het creatie-en productieproces, de kwaliteit van het artistiek resultaat en de visie op distributie en publieksbereik. Het geproduceerde artistiek resultaat moet ontsloten worden voor een publiek. Daarom is het belangrijk de presentatiemogelijkheden te onderzoeken en een visie te ontwikkelen op distributie en publieksbereik. Het is niet nodig zelf een presentatiefunctie op te  nemen. 

3° voor de functie presentatie:

  • kwaliteit van het gepresenteerde artistieke resultaat
  • kwaliteit van de presentatiecontext 
  • visie op en uitwerking van de publiekswerking. 

Niet alleen de kwaliteit van het programma of het artistieke resultaat dat gepresenteerd wordt (wat), maar ook de kwaliteit van de context van de presentatie wordt beoordeeld. Is er bijvoorbeeld een  aangepaste presentatieplek, een specifieke wijze van presenteren,  een aangepaste format, kader, dramaturgie enzovoort.  

De visie op de relatie met het publiek wordt ook beoordeeld. Om het programma in contact met een publiek te brengen, wordt ingezet op publiekswerving en publiekswerking. Publiekswerving slaat op het doelgroepenbeleid, het communicatieplan van het project. Bij publiekswerking gaat het bijvoorbeeld om de omkadering van het programma via lezingen, rondleidingen, introducties, enzovoort.  

4° voor de functie participatie:

  • kwaliteit van de participatieve concepten en methodieken
  • kwaliteit van de procesbegeleiding
  • betrokkenheid van de deelnemers.  

Belangrijke randvoorwaarde voor een kwalitatief participatief concept is de begeleiding door een of meerdere professionele kunstenaars. Dit kan eventueel samen met educatieve, culturele of sociale werkers. De actieve participatie van de doelgroep of deelnemers staat centraal. Zij zijn (mogelijk) betrokken bij de uitwerking of realisatie en evaluatie van projecten of activiteiten. De kwaliteit van dit participatieproces kan afgetoetst worden aan bijvoorbeeld het vernieuwende karakter ervan of de meerwaarde voor het veld.

5° voor de functie reflectie:

  • kwaliteit van de reflectie over de kunst(praktijk) en/of het kunstenveld, voor zover er een betrokkenheid is met het kunstenveld in het Nederlandse taalgebied en/of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  • kwaliteit van de wijze waarop de reflectie toegankelijk gemaakt wordt.

De reflectie moet steeds artistieke, culturele en/of kunstkritische inhoud als voorwerp hebben. Reflectie draagt bij aan de kennis over (de ontwikkelingen van) kunst of het kunstenveld en kan de discussie erover voeden en versterken. De resultaten moeten steeds op een kwalitatieve manier toegankelijk gemaakt worden voor een geïnteresseerd publiek. Dit kan op verschillende manieren zoals via (online) publicaties, workshops, lezingen, debatten enzovoort.


Werkingssubsidies

Een werkingssubsidie ondersteunt een organisatie bij de uitvoering van een werking die inzet op één of meerdere functies en disciplines.  

Voor werkingssubsidies gelden 9 criteria

Het criterium kwaliteit inhoudelijk concept en concrete uitwerking wordt per functie specifiek ingevuld, dit om een beoordeling op maat te garanderen.

1° voor de functie ontwikkeling:

  • visie op en kwaliteit van de begeleidings- en ondersteuningsfunctie en/of van het artistiek onderzoek, het experiment en de artistieke vernieuwing.

De begeleidings- en ondersteuningsfunctie bij de functie ‘ontwikkeling’ omvat het creëren van een goede context, tijd en ruimte voor kunstenaars. Zo krijgen kunstenaars de kans om via onderzoek en (zelf)reflectie de artistieke praktijk te beschrijven, te bevragen en te onderzoeken. 

Begeleiden en steunen van kunstenaars kan op diverse manieren: logistiek, inhoudelijk, technisch, organisatorisch, zakelijk enzovoort.

Onder meer volgende vragen moeten worden beantwoord: wat is de visie op lange termijn van de organisatie, wat doet ze voor de carrièreontwikkeling van kunstenaars enzovoort.

2° voor de functie productie:

  • visie op en kwaliteit van het creatie- en productieproces
  • kwaliteit van het artistiek resultaat
  • visie op distributie en publieksbereik.

De functie ‘productie’ wordt beoordeeld aan de hand van de kwaliteit van het creatie-en productieproces, de kwaliteit van het artistiek resultaat en de visie op distributie en publieksbereik. Het geproduceerde artistiek resultaat moet ontsloten worden voor een publiek. Daarom is het belangrijk de presentatiemogelijkheden te onderzoeken en een visie te ontwikkelen op distributie en publieksbereik. Het is niet nodig zelf een presentatiefunctie op te  nemen. 

3° voor de functie presentatie:

  • kwaliteit van het programma
  • kwaliteit van de presentatiecontext
  • visie op en uitwerking van de publiekswerking.

Niet alleen de kwaliteit van het programma of het artistiek resultaat dat gepresenteerd wordt, maar ook de kwaliteit van de context van de presentatie wordt beoordeeld. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een  aangepaste presentatieplek of een specifieke  wijze van presenteren, een aangepaste format, kader, dramaturgie enzovoort. 

Ook de relatie van het programma of het artistiek resultaat met het publiek wordt beoordeeld. Dit omvat zowel publiekswerving als publiekswerking. Publiekswerving slaat op het doelgroepenbeleid, het communicatieplan van het project. Bij publiekswerking gaat het bijvoorbeeld om de omkadering van het programma via lezingen, rondleidingen, introducties, enzovoort.  

4° voor de functie participatie:

  • kwaliteit van de participatieve concepten en methodieken
  • kwaliteit van de procesbegeleiding
  • betrokkenheid van de deelnemers;

Belangrijke randvoorwaarden voor een kwalitatief participatief concept zijn: de begeleiding door deskundige kunstenaars en educatieve, culturele of sociale werkers en de betrokkenheid van de deelnemers. Ze participeren actief en zijn (mogelijk) betrokken bij de uitwerking, realisatie en evaluatie van projecten/activiteiten/tools. De kwaliteit van het concept of de methode kan afgetoetst worden aan bijvoorbeeld het vernieuwende karakter of de meerwaarde ervan voor het veld.

5° voor de functie reflectie:

  • kwaliteit van de reflectie over de kunst(praktijk) en/of over het kunstenveld, voor zover er een betrokkenheid is met het kunstenveld in het Nederlandse taalgebied en/of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
  • kwaliteit van de wijze waarop de reflectie toegankelijk gemaakt wordt.

De reflectie moet steeds artistieke, culturele en/of kunstkritische inhoud als voorwerp hebben Reflectie draagt bij aan de kennis over (de ontwikkelingen van) kunst of het kunstenveld en kan ook de discussie over kunst voeden en versterken. De resultaten moeten steeds op een kwalitatieve manier toegankelijk gemaakt worden voor een geïnteresseerd publiek. Dit kan op verschillende manieren zoals via (online) publicaties, workshops, lezingen, debatten enzovoort.


Kunstinstellingen

Kunstinstellingen zijn grootschalige initiatieven met nationale en internationale uitstraling en een belangrijke symboolwaarde in het hele cultuurbeleid. Kunstinstellingen moeten inzetten op de volledige keten van 5 functies: 

  • ontwikkeling
  • productie
  • presentatie
  • participatie
  • reflectie. 

Voor Kunstinstellingen gelden de algemene definities van de functies. 

Wanneer moet ik een functie aanduiden in mijn dossier?

Onder functies worden kerntaken verstaan. De functies (ontwikkeling, participatie, presentatie, productie en reflectie) kunnen cumulatief zijn. Maar het is niet zo dat hoe meer functies er aangeduid worden, hoe meer subsidies worden toegekend. 

Er worden bovendien geen gewichten toegekend aan de functies of criteria. Als een organisatie bijvoorbeeld voor 90% met productie en 10% met participatie bezig is en beide functies aanduidt, dan zal die organisatie gelijkwaardig op beide functies beoordeeld worden. Functies zijn steeds gelijkwaardig. Je kan de verhoudingen tussen de aangeduide functies wel toelichten in het dossier.

Indien er nevenactiviteiten zijn die niet als een volwaardige functie worden ingeschat, kunnen deze toegelicht worden in het dossier zelf.  

Een bijkomende vraag die kan helpen, is om in te schatten welke expertise er nodig zal zijn om het aanvraagdossier te beoordelen. De zelfprofilering bepaalt namelijk het profiel van de beoordelaars die aangesproken zullen worden om het dossier te beoordelen. 

Draaiboek kwaliteitsbeoordeling

De adviescommissie werkte een kader uit waarbinnen subsidieaanvragen beoordeeld worden. Dit kader staat beschreven in het draaiboek kwaliteitsbeoordeling (pdf). Hoofddoel van dit document is een maximale garantie op een gelijke behandeling van aanvragen binnen het kunstendecreet. Het biedt informatie, een gemeenschappelijk scenario en gedeelde principes waarop alle betrokken actoren kunnen terugvallen.