Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Cultuurgoederen

Over provenance

In principe dient u aan het Departement Cultuur, Jeugd en Media een provenance te kunnen voorleggen die teruggaat tot de datum van de inwerkingtreding van de EU-verordening (1993).

Met provenance wordt de eigendomsgeschiedenis van het werk bedoeld.

De aangegeven eigendomsgeschiedenis wordt gedocumenteerd door gepubliceerde veilingresultaten, afschriften van facturen die de eigendomsoverdracht documenteren, vermeldingen in catalogi, ... Het betreft informatie die vertrouwelijk behandeld wordt en niet gedeeld wordt met andere overheidsinstanties of derden.

Gebruik Vergunning

Standaard vergunning

Het formulier bestaat uit drie exemplaren:

  • exemplaar nr. 1: aanvraag

Wordt bewaard door de instantie van afgifte (departement CJM);

  • exemplaar nr. 2: exemplaar voor de houder

Wordt door de uitvoerder ter staving van de aangifte ten uitvoer voorgelegd aan het bevoegde douanekantoor van uitvoer en wordt, nadat het kantoor zijn stempel heeft aangebracht, aan het cultuurgoed toegevoegd;

  • exemplaar nr. 3: exemplaar voor de instantie van afgifte

Wordt door de uitvoerder voorgelegd aan het bevoegde douanekantoor van uitvoer en vergezelt verder de zending tot aan het douanekantoor van uitgang uit het douanegebied van de Unie; na goedkeuring door de douanediensten wordt dit exemplaar naar de instantie van afgifte teruggezonden.


Algemene open vergunning

Het formulier bestaat uit twee exemplaren:

  • exemplaar nr. 1:

Wordt door de uitvoerder ter staving van de aangifte ten uitvoer overgelegd aan het bevoegde douanekantoor en vergezelt zij de goederen tot het douanekantoor op de plaats van uitgang uit het douanegebied van de Europese Unie;

  • exemplaar nr. 2: exemplaar voor de exporteur

Wordt door de aanvrager bewaard;

Samen met de vergunning dient een lijst van uit te voeren goederen wordt voorgelegd aan de douane. De lijst moet worden opgesteld op papier met het briefhoofd van de betrokken instelling en elke bladzijde moet worden ondertekend door een met name genoemde vertegenwoordiger van de instelling. Elke bladzijde wordt tevens  voorzien van het stempel van de instelling, dat ook op de vergunning voorkomt.


Specifieke open vergunning

Het formulier bestaat uit twee exemplaren:

  • exemplaar nr. 1: Specifieke open vergunning

Wordt door de uitvoerder ter staving van de aangifte ten uitvoer overgelegd aan het bevoegde douanekantoor en vergezelt zij, indien een schriftelijke aangifte vereist is, de goederen tot het douanekantoor op de plaats van uitgang uit het douanegebied van de Europese Unie;

  • exemplaar nr. 2: Exemplaar voor de exporteur

 te bewaren door de aanvrager bewaard;

De vergunning dient, hetzij samen met een schriftelijke aangifte ten uitvoer te worden voorgelegd, hetzij samen met de cultuurgoederen te worden getoond.

 

Aanvraagprocedure

Onontvankelijke aanvragen

Onvolledige aanvragen zijn onontvankelijk. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media meldt de aanvrager het onontvankelijk zijn binnen 15 dagen na ontvangst van de aanvraag.

Als onvolledig gelden:

  • aanvragen waarbij de door de aanvrager in te vullen vakken niet of onvolledig werden ingevuld.
  • aanvragen waarbij de vereiste bijlage(n) ontbreken
  • aanvragen met een ontoereikende provenance (herkomst- en eigendomsgeschiedenis)


Ongeldige aanvragen

Een aanvraag is ongeldig indien:

1° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, niet wettig en definitief in de Vlaamse Gemeenschap is.

Met 'wettig' wordt bedoeld dat het cultuurgoed zich in de Vlaamse Gemeenschap moet bevinden in overeenstemming met de door België afgesloten internationale verdragen ter bestrijding van de illegale uitvoer van cultuurgoederen.

Aanvragen voor cultuurgoederen die zich in overtreding van de Europese regelgeving in de Vlaamse Gemeenschap bevinden, zijn derhalve ongeldig (verordening nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende uitvoer van cultuurgoederen en richtlijn 2014/60/EU van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht).

Hetzelfde geldt voor de aanvragen voor cultuurgoederen die na de inwerkingtreding (1/7/2009) van het Unesco ’70-verdrag ‘met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen om de ongeoorloofde invoer, uitvoer en overdracht van eigendom van cultuurgoederen te voorkomen’ in België werden gebracht zonder toelating daartoe vanwege het land van herkomst.

Definitief’ betekent dat het topstuk zich niet op een of andere tijdelijke basis in de Vlaamse Gemeenschap bevindt.

2° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, onder de bescherming van de monumentenwetgeving valt en de aanvraag is ingediend zonder het akkoord vanwege het bevoegde gewest;

3° het cultuurgoed onder de toepassing valt van de wetgeving van de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Federale Overheid en in overtreding van deze wetgeving een vergunning tot uitvoer wordt aangevraagd.

4° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, het voorwerp vormt van een verzoek of vordering tot teruggave op basis van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse staten zijn gebracht, of op basis van een internationaal cultuurgoederenverdrag dat in de Vlaamse Gemeenschap van toepassing is.

Vergunningen die op basis van een ongeldige aanvraag werden afgeleverd, zijn nietig.


Aflevering vergunning

De Vlaamse Regering levert de vergunning af binnen 15 dagen na de ontvangst van een ontvankelijke aanvraag.

Die termijn kan door de Vlaamse Regering eenmalig met 20 dagen verlengd worden indien zij van mening is dat een grondiger onderzoek van de aanvraag vereist is.

De toegekende vergunning kan u als aanvrager afhalen op het werkadres van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media of wordt u per post bezorgd.


Weigering van een vergunning

Een aanvraag wordt geweigerd indien het cultuurgoed waarvoor een vergunning werd aangevraagd een topstuk is in de zin van het Topstukkendecreet [zeldzaam en onmisbaar voor de Vlaamse Gemeenschap (cfr. art. 2 bis Topstukkendecreet)] en er geen toelating kan voorgelegd worden om dit topstuk buiten Vlaanderen te brengen (art. 11 Topstukkendecreet).

De aanvragen van een algemene of specifieke open vergunning kunnen geweigerd worden indien de Vlaamse overheid meent dat er onvoldoende zekerheid is dat de goederen in goede terug ingevoerd worden.

 

Hoe aanvragen ?

De standaardvergunning

U kan als eigenaar zelf de vergunning aanvragen. In de regel worden uitvoervergunningen aangevraagd door de firma die ook voor het transport van de werken instaat, alsook voor de douaneformaliteiten.

De aflevering van een uitvoervergunning gebeurt op basis van een correct en volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier wordt uit veiligheidsoverwegingen niet online ter beschikking gesteld. U dient het aan te vragen bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media.

Het formulier voor de standaarduitvoervergunning moet in drievoud, leesbaar en onuitwisbaar worden ingevuld, bij voorkeur mechanisch of elektronisch. Indien het formulier met de hand wordt ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te geschieden. Op het formulier mogen geen doorhalingen, verbeteringen of andere wijzigingen worden aangebracht. Door elk niet gebruikt vak moet een streep getrokken worden, zodat er niets toegevoegd kan worden in een later stadium.

In principe moet voor elk cultuurgoed een apart formulier worden ingevuld, behalve wanneer de vergunning betrekking heeft op één enkele zending die bestaat uit meerdere objecten met dezelfde eindbestemming (zo bijvoorbeeld in geval van meerdere bruiklenen voor dezelfde tentoonstelling of beurs). In dat geval dient u bij de aanvraag een lijst met de cultuurgoederen (inclusief toereikend beeldmateriaal) bij te voegen. Deze uitzondering moet wel steeds voorafgaandelijk door het Departement Cultuur, Jeugd en Media toegestaan worden. U neemt daarvoor best telefonisch of per e-mail met ons contact op.

Het ingevulde formulier bezorgt u per post of per drager aan:

Departement Cultuur, Jeugd en Media
Afdeling Cultureel Erfgoed
t.a.v. Hans Feys
Arenbergstraat 9
1000 Brussel

Contact

Hans Feys
T 02 553 68 26

Als bijlagen voegt u toe:

  • het nodige documentatiemateriaal voor identificatie,
  • één kleurenfoto in drie exemplaren (minimaal 9 x 12 cm) van het cultuurgoed,
  • een document dat de provenance van het cultuurgoed toelicht.


De algemene open vergunning

De algemene open vergunning kan alleen worden aangevraagd door musea of andere erfgoedinstellingen en dit enkel voor stukken uit hun vaste collectie.

Indien een museum of een andere erfgoedinstelling beroep wenst te doen op deze vergunning kan dit via een schrijven waarbij naast de loutere vraag ook het belang van deze vergunning voor de instelling toegelicht wordt.

Het schrijven dient te worden verstuurd naar onderstaand adres:

Departement Cultuur, Jeugd en Media
Afdeling Cultureel Erfgoed
t.a.v. Hans Feys
Arenbergstraat 9
1000 Brusse

Contact

Hans Feys
T 02 553 68 26


De Specifieke open vergunning

De specifieke open vergunning kan alleen worden aangevraagd door eigenaar of de rechtmatige bezitter van het cultuurgoed.

De aflevering van een uitvoervergunning gebeurt op basis van een correct en volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier wordt uit veiligheidsoverwegingen niet online ter beschikking gesteld. U dient het aan te vragen bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media.

Voor elk cultuurgoed dient een apart formulier worden ingevuld.

Het ingevulde formulier  bezorgt u per post of per drager aan:

Departement Cultuur, Jeugd en Media
Afdeling Cultureel Erfgoed
t.a.v. Hans Feys
Arenbergstraat 9
1000 Brussel

Als bijlagen voegt u toe:

  • het nodige documentatiemateriaal voor identificatie
  • één kleurenfoto in drie exemplaren (minimaal 9 x 12 cm) van het cultuurgoed
  • een document dat de provenance van het cultuurgoed toelicht

 

Welke vergunning aanvragen ?

Standaardvergunning

De standaardvergunning kan gebruikt worden voor elke tijdelijke en definitieve uitvoer van cultuurgoederen.

De geldigheidsduur van de vergunning is twaalf maanden na afgifte.

In geval van tijdelijke uitvoer wordt door het Departement Cultuur, Jeugd en Media in vak 2 van de vergunning aangegeven wanneer de cultuurgoederen ten laatste terug in België moet zijn gebracht en dit maximaal 5 jaar na het verlenen van de tijdelijke uitvoervergunning.


Algemene open vergunning

Een algemene open vergunning kan gebruikt worden door erfgoedinstellingen voor de tijdelijke uitvoer van cultuurgoederen uit hun vaste collectie.

Deze vergunning kan gebruikt worden voor elke tijdelijke uitvoer van elke selectie van goederen die deel uitmaken van de vaste collectie die, hetzij achtereenvolgens, hetzij gelijktijdig worden uitgevoerd.

Voor een dergelijke vergunning gelden volgende voorwaarden:

  • De looptijd is beperkt tot maximum 5 jaar en kan door het departement steeds onmiddellijk stopgezet worden.
  • De uitgevoerde kunstwerken mogen enkel worden tentoongesteld in een afdoende beveiligde museale omgeving die voldoet aan de vereiste klimatologische omstandigheden.


Specifieke open vergunning

Een specifieke open vergunning kan gebruikt worden voor de herhaaldelijke, tijdelijke uitvoer van een specifiek cultuurgoed teneinde in een derde land te worden gebruikt en/of tentoongesteld.

Dit type van vergunning is vooral van nut voor muzikanten die regelmatig buiten de EU op tournee gaan en een instrument bespelen dat vergunningsplichtig is (ouder dan 50 jaar en met een waarde van 50.000 euro of meer).

Een vergunning kan enkel uitgereikt worden op basis van een duidelijke beschrijving van het cultuurgoed. Bij de tijdelijke uitvoer mag er geen twijfel bestaan dat het uitgevoerde cultuurgoed overeenkomt met het in de vergunning beschreven cultuurgoed.

De looptijd is beperkt tot maximum 5 jaar en kan door het departement steeds onmiddellijk stopgezet worden.


 

Wanneer is een uitvoervergunning vereist?

De Verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen onderscheidt vijftien categorieën  van cultuurgoederen waarvoor een uitvoervergunning vereist is om ze buiten de EU te brengen.


Lijst vergunningsplichtige cultuurgoederen
 

Categorie

Omschrijving

Waardedrempel (euro)

Goederencode

1

Oudheidkundige voorwerpen, ouder dan 100 jaar, afkomstig van:

  • Opgravingen en vondsten, op land en in zee
  • Oudheidkundige locaties
  • Oudheidkundige collecties

Geen

9705 00 00

9706 00 00

2

Delen die integrerend deel hebben uitgemaakt van artistieke, historische of religieuze monumenten die niet in hun geheel bewaard zijn gebleven, ouder dan 100 jaar

Geen

9705 00 00

9706 00 00

3

Afbeeldingen, schilderijen die niet tot categorie 4 of 5 behoren en geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen (1)

150.000

9701

4

Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond (1)

 

* als bij een aquarel, gouache of pasteltekening de ondertekeningen te zien is, wordt het object beschouwd als een tekening (categorie 5)

30.000

9701

5

Mozaïeken, ongeacht van welke materialen, die geheel met de hand zijn vervaardigd en niet tot categorie 1 of 2 behoren, en tekeningen ** die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen (1)

 

** onder tekeningen wordt hier niet begrepen gekleurde tekeningen als genoemd in categorie 4 (gouaches, pastels, aquarellen)

15.000

6914

9701

6

Oorspronkelijke gravures, prenten, zeefdrukken en lithografieën en hun respectieve matrijzen, alsmede de originele affiches (1)

15.000

Hoofdstuk 49

9702 00 00

8442 50 99

7

Oorspronkelijke beelden of oorspronkelijk beeldhouwwerk, alsmede kopieën die zijn verkregen volgens hetzelfde procedé als de oorspronkelijke stukken (1), en die niet tot categorie 1 behoren

50.000

9703 00 00

8

Fotoafdrukken, films en negatieven daarvan (1)

15.000

3704, 3705, 3706

4911 91 80

9

Wiegendrukken en manuscripten ***, met inbegrip van geografische kaarten en partituren, afzonderlijk of in verzamelingen (1)

 

*** onder wiegedrukken wordt verstaan gedrukte boeken van vóór 1501, zogenaamde incunabelen. Onder manuscripten (handschriften) worden ook verstaan gedrukte boeken met handgeschreven aantekeningen ouder dan 50 jaar

Geen

9702 00 00

9706 00 00

4901 10 00

4901 99 00

4904 00 00

4905 91 00

4905 99 00

4906 00 00

10

Boeken, ouder dan 100 jaar, afzonderlijk of in verzamelingen

50.000

9705 00 00

9706 00 00

 

11

Gedrukte geografische kaarten, ouder dan 200 jaar

15.000

9706 00 00

12

Archieven en onderdelen daarvan, ongeacht de aard en het materiaal, ouder dan 50 jaar

Geen

3704, 3705, 3706

4901, 4906

9705 00 00

9706 00 00

 

13

  1. Verzamelingen(2) en exemplaren voor verzamelingen van fauna, flora, mineralen en anatomische delen
  2. Verzamelingen (2) van historisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch **** belang

 

**** losse munten vallen niet onder het begrip verzameling en vallen onder categorie 15

50.000

9705 00 00

9705 00 00

14

Vervoersmiddelen, ouder dan 75 jaar

50.000

9705 00 00

(hoofdstukken 86 t/m 89)

15

Andere antiquiteiten die niet tot de categorieën A1 t/m A14 behoren:

  1. Tussen 50 en 100 jaar oud:
    • Speelgoed, spellen
    • Glaswerk
    • Edelsmidwerk
    • Meubelen en meubelstukken
    • Optische instrumenten en instrumenten voor de fotografie of de cinematografie
    • Muziekinstrumenten
    • Uurwerken
    • Houtwaren
    • Aardewerk
    • Tapisserieën
    • Tapijten
    • Behangselpapier
    • Wapens
  2. meer dan 100 jaar oud

50.000

 

 

Hoofdstuk 95
7013
7114
Hoofdstuk 94

Hoofdstuk 90

Hoofdstuk 92
Hoofdstuk 91
Hoofdstuk 44

Hoofdstuk 69
5805 00 00
Hoofdstuk 57
4814
Hoofdstuk 93

9706 00 00

 

  1. Ouder dan 50 jaar en niet meer in bezit van de maker.
  2. Als omschreven in het arrest van het Hof van Justitie in zaak 252/84, namelijk “Voorwerpen voor verzamelingen in de zin van post 9705 van het gemeenschappelijk douanetarief zijn voorwerpen die geschikt zijn om in een verzameling te worden opgenomen, dat wil zeggen dat voorwerpen die relatief zeldzaam zijn, normalerwijs niet overeenkomstig hun oorspronkelijke bestemming worden gebruikt, voorwerp zijn van speciale handelsbranches buiten de gewone handel in soortgelijke gebruiksvoorwerpen, en een hoge waarde hebben”.

 


De vergunningsplicht is per categorie afhankelijk van drempels voor ouderdom en waarde. Als u bijvoorbeeld een beeldhouwwerk (categorie 7) wil uitvoeren, dan geldt een ouderdomsdrempel van 50 jaar en een waardedrempel van 50.000 euro. Wanneer het beeldhouwwerk nog geen vijftig jaar oud is en/of de waarde van dit beeldhouwwerk lager ligt, dan is er geen vergunning vereist. Voldoet het beeldhouwwerk wel aan deze beide criteria, dan is een uitvoervergunning vereist.

De vergunningsplicht geldt zowel voor definitieve uitvoer (bijvoorbeeld bij verkoop) naar een land buiten de EU, als voor tijdelijke uitvoer (bijvoorbeeld in functie van een tijdelijke tentoonstelling).


 

 

Letter of comfort – vrijwaring voor inbeslagname (immunity from seizure, insaisisabilité)

Het probleem 

Veel cultuurgoederen die nu deel uitmaken van de collecties van overheden kenden een tumultueuze geschiedenis, met eigendomsovergangen die ze kwetsbaar maken voor meer of minder gefundeerde claims tot teruggave. Bijvoorbeeld: 

  • de bij de Russische revolutie geconfisqueerde kunstwerken
  • de tijdens WO II geroofde cultuurgoederen
  • illegaal uitgevoerde cultuurgoederen.

Bovendien kan er op deze cultuurgoederen ook beslag gelegd worden wanneer deze overheid nog schulden heeft uitstaan bij een buitenlandse schuldeiser.

Het probleem dat hierdoor ontstaat is dubbel:

  • er zijn buitenlandse overheden die bijzonder weigerachtig kunnen worden wanneer de bruikleengever niet de nodige garanties kan geven dat de bruikleen na afloop van de tijdelijke tentoonstelling zonder problemen aan de bruikleengevende overheid terug geven zal worden.
  • het bruikleennemende museum bevindt zich in het geval van een claim tot inbeslagname tussen hamer een aambeeld, zal zware imagoschade lijden en loopt ook nog eens het risico op schadeclaims vanwege de bruikleengevende overheid.


De oplossing

Om te vermijden dat deze risico’s de bruikleen van belangrijke stukken uit het buitenland onmogelijk zouden maken, bieden diverse landen, waaronder ook België, garanties dat bruiklenen die eigendom zijn van buitenlandse overheden niet in beslag kunnen genomen worden tijdens het verblijf op hun grondgebied. De bruikleen moet wel aan voorwaarden voldoen die voor deze vrijwaring van beslagname gelden.


De Belgische regelgeving

In België wordt de vrijwaring van inbeslagname geregeld door de Wet van 14 juni 2004 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het instellen van een uitvoeringsimmuniteit ten aanzien van buitenlandse cultuurgoederen die in België voor het publiek vertoond worden.

Deze wet bepaalt dat cultuurgoederen die eigendom zijn van buitenlandse mogendheden niet vatbaar zijn voor beslag wanneer die goederen zich bevinden op Belgisch grondgebied met het oog op een openbare en tijdelijke tentoonstelling op dit grondgebied. Onder buitenlandse mogendheden wordt zowel de staat zelf als de geledingen van die staat (gewesten, provincies, steden, etc.) begrepen.

Bijkomende voorwaarden zijn wel dat:

  • het gaat om voorwerpen die een artistiek, wetenschappelijk, cultureel of historisch belang hebben
  • de cultuurgoederen niet in het economische circuit gebracht worden.​

De Belgische wet heeft geen uitvoeringsmodaliteiten. Indien de cultuurgoederen in kwestie aan de voorwaarden van de wet voldoen, dan zijn ze automatisch gevrijwaard van in beslagname.


Letter of comfort

Voor de gevraagde bruiklenen toe te staan, zal het buitenlands museum of de overheid waarvan het afhangt de bevestiging vragen (letter of comfort) dat de werken die in bruikleen gegeven worden tijdens hun verblijf in België , niet in beslag genomen kunnen worden.  

Zoals eerder al gesteld: de Belgische wet heeft geen uitvoeringsmodaliteiten. Indien de cultuurgoederen in kwestie aan de voorwaarden van de wet voldoen, dan zijn ze automatisch gevrijwaard van in beslagname.

De door de bruikleengevende overheid gevraagde letter of comfort maakt dus eigenlijk geen onderdeel uit van de wettelijke procedure. De reikwijdte ervan is beperkt tot een formele verklaring dat de minister van Cultuur, op basis van de bezorgde informatie, meent dat de cultuurgoederen in kwestie onder de toepassing van de Wet van 14 juni 2004 vallen.

De afgifte van de letter of comfort gebeurt door de minister van Cultuur.


Aanvraag Letter of comfort

Letters of comfort worden aangevraagd bij:

Hans Feys - hans.feys@cjsm.vlaanderen.be tel. 02 553 68 26


Procedure

Voor een letter of comfort af te geven zal de minister nagaan of de gevraagde bruiklenen inderdaad voldoen aan de door de Belgische wet gestelde voorwaarden. De minister zal de opportuniteit van een dergelijke letter of comfort toetsen:

  • Zijn er in de provenance van de gevraagde bruiklenen onverklaarbare lacunes?
  • Zijn er morele rechten die miskend zouden worden door de gevraagde verklaring af te leveren?

Het gaat daarbij om het checken van een aantal vragen die het museum dat de tijdelijke tentoonstelling organiseert in principe zelf al gecheckt heeft. De opname van werken in een tentoonstelling die dan later ‘problematisch’ blijken, is nefast voor de goede reputatie van het museum.


Een Letter of comfort: geen absolute garantie?

‘Letters of comfort’ zijn inspanningsverbintenissen of verduidelijken het garantiesysteem dat in het ‘land van ontvangst’ in voege is.

Een vrijwaring van inbeslagname weegt ook niet op tegen restitutieclaims, ingediend op basis van de internationale verdragen waartoe België is toegetreden.

Het gaat dan in het bijzonder om de Europese Richtlijn van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een Europese Lidstaat werden gebracht en om het Unesco ‘70 verdrag met betrekking tot de maatregelen die moeten genomen worden om de ongeoorloofde invoer, uitvoer en overdracht van cultuurgoederen te voorkomen (niet retroactief, in werking getreden op 30 juni 2009 voor wat België betreft).

Daarnaast moet er onderscheid gemaakt worden, zeker in landen met een Angelsaksisch rechtssysteem, tussen:

  • vrijwaring van inbeslagname (immunity from seizure)
  • vrijwaring van rechtsbevoegdheid (immunity from jurisdiction)

De toegekende immunity from seizure zorgt er dan wel voor dat de uitgeleende cultuurgoederen terug aan de bruikleengevende overheid bezorgd worden; het loutere feit dat de cultuurgoederen tijdelijk in dat land waren, kan door de rechtbanken beschouwd worden als een voldoende aanknopingspunt om zich ten gronde bevoegd te achten om eventuele teruggaveclaims te behandelen.

Het verhaal van het Stedelijk Museum Amsterdam is in dit verband exemplarisch. Het Stedelijk Museum Amsterdam, dat in 2003-2004 veertien werken van Malevitsj uit haar rijke collectie in bruikleen had gegeven aan het Guggenheim in New York, kwam op die manier in een moeilijke situatie terecht. De rechtbank in Washington DC, waar de erven van Malevitsj een claim hadden ingediend tot teruggave van de werken, bevestigde wel dat de werken gevrijwaard waren voor in beslagname en naar Nederland terug gebracht moesten worden. De Rechtbank oordeelde ook dat het tijdelijk op Amerikaans grondgebied aanwezig zijn van de werken een afdoende grond was om zich als rechtbank bevoegd te verklaren voor de vordering ten gronde tot teruggave van de werken. Uiteindelijk werd de zaak in der minne geregeld en zag het Stedelijk Museum Amsterdam zich, ondanks de bekomen vrijwaring van in beslagname, verplicht om vijf van de werken uit haar collectie aan de erven over te dragen.
 

Meer weten?

Nout van Woudenburg, Immunity from seizure: a legal exploration in Encouraging Collections Mobility – A way forward for museums in Europe (2010), Helsinki

Nout van Woudenburg, State Immunity and Cultural Objects on Loan (2012), Leiden-Boston

Successierechten

In 2006 werd, in opdracht van Kunsten en Erfgoed, een studieopdracht naar de problematiek, mogelijkheden en opportuniteiten van de Vlaamse bevoegdheid op het vlak van successierechten, voor de collectieopbouw van de Vlaamse musea en erfgoedinstellingen en voor de collectie van de Vlaamse Gemeenschap uitgevoerd door de Universiteit Hasselt (Prof. Dr. Annemie Draye en Tom Nullens).

De studie gaat uitgebreid in op de bestaande regelingen in België, Spanje, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland en resulteert in een onderbouwd voorstel tot gehele of gedeeltelijke vrijstelling van successierechten voor topstukken, op voorwaarde dat de erfgenamen er zich toe engageren om het topstuk voor een langere termijn in Vlaanderen te bewaren. Daarnaast formuleert de studie, eveneens op basis van een internationale vergelijking, een aantal voorstellen tot optimalisering van de huidige regeling van betaling van successierechten door afgifte van kunstwerken. 

Onderzoeksrapport Successierechten en roerend cultureel erfgoed (PDF)

Pagina's

Abonneren op RSS - Cultuurgoederen