Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Nieuws

Ontwerp van een nieuw Cultureel-erfgoeddecreet principieel goedgekeurd

19.07.2016

Op vrijdag 15 juli 2016 heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gegeven aan het ontwerp van een nieuw Cultureel-erfgoeddecreet. De aanleiding voor het ontwerpdecreet zijn de bestuurlijke veranderingen, het stroomlijnen van procedures binnen het cultuurbeleid en de implementatie van bepaalde krachtlijnen uit de Conceptnota Naar een duurzame cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen.

Krachtlijnen en vernieuwingen 

De belangrijkste krachtlijnen en vernieuwingen zijn:

  • Een nieuw begrippenkader waarbij er een onderscheid gemaakt wordt tussen functies en rollen. Het begrippenkader wordt ook verbreed met het oog op een geïntegreerde benadering van roerend en immaterieel cultureel erfgoed.
  • De introductie van een strategische visienota over de ondersteuning van cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen.
  • De opname van afspraken met steden en gemeenten en de VGC in het kader van een complementair beleid.
  • Het toekennen van kwaliteitslabels aan collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties.
  • De mogelijkheid tot aanduiding van collectiebeherende organisaties als ‘cultureel-erfgoedinstellingen’. Collectiebeherende organisaties met een collectie cultureel erfgoed van minstens landelijk belang en met een internationale werking, schaalgrootte, reikwijdte en uitstraling komen hiervoor in aanmerking. Het voortbestaan van deze instellingen wordt niet in vraag gesteld. 
  • Het toekennen van werkingssubsidies aan cultureel-erfgoedorganisaties op basis van functies en rollen. Nieuw hierbij is dat voortaan ook erfgoedbibliotheken in aanmerking komen voor een werkingssubsidie. Er wordt daarnaast ook een werkingssubsidie voorzien voor een organisatie die de cultureel-erfgoedwerking opneemt voor het immaterieel cultureel erfgoed.
  • Bij deze dienstverlenende rollen staan samenwerking, afstemming en clustering van expertises binnen een organisatie of netwerkmodel centraal.
  • Een vaste beleidsperiode van 5 jaar voor alle cultureel-erfgoedorganisaties. Als gevolg hiervan komt er in 2018 een ‘grote erfgoedronde’ voor de werkingssubsidies 2019-2023.
  • Het verderzetten van de werkingssubsidies die momenteel door de provincies worden toegekend aan regionaal ingedeelde organisaties.
  • Het verderzetten van werkingssubsidies ter ondersteuning van het lokale cultureel-erfgoedbeleid, maar met een scherpere focus op cultureel-erfgoedwerking en erfgoednoden. In het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet worden dit werkingssubsidies voor het opnemen van een dienstverlenende rol op regionaal niveau. 
  • Het toekennen van projectsubsidies voor cultureel-erfgoedprojecten van landelijk en internationaal belang op basis van functies en rollen. 

De ondersteuning van het steunpunt voor cultureel erfgoed is niet opgenomen in het Cultureel-erfgoeddecreet. In het kader van de cultuurbrede afstemming van de taken en rollen van de ‘bovenbouw’ (organisaties tussen overheid en veld), wordt de opdracht van een steunpunt voor alle culturele sectoren afgestemd.

Lees meer


Timing nieuw Cultureel-erfgoeddecreet

De SARC zal nu een advies opstellen over het ontwerp van een nieuw Cultureel-erfgoeddecreet. Nadien wordt het advies van de Raad van State ingewonnen. Na verwerking van deze adviezen, volgt een definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering en wordt het decreet voorgelegd aan het Vlaams Parlement. Goedkeuring door het Vlaams Parlement wordt begin 2017 verwacht.

Het advies van de SARC, de Raad van State en de parlementaire behandeling van het decreet kunnen nog aanleiding geven tot aanpassingen van de door de Vlaamse Regering principieel goedgekeurde decreettekst.