Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Cultureel-erfgoeddecreet

Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017

Bekrachtiging decreet

Op vrijdag 24 februari 2017 bekrachtigde en kondigde de Vlaamse Regering het Decreet houdende de Ondersteuning van Cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen af.

Het decreet zal gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad en is dan officieel van kracht, 10 dagen na publicatie.


Memorie van toelichting

Het ontwerp van decreet werd ingediend samen met een memorie van toelichting (PDF). In de memorie wordt aangegeven waarom er een nieuw decreet nodig is en wordt elk artikel van het decreet inhoudelijk besproken.

Een memorie van toelichting wordt na de indiening van een decreet in het parlement niet meer gewijzigd. Het decreet kan wel nog worden aangepast naar aanleiding van besprekingen in het parlement. Om die reden is een memorie interessante achtergrondlectuur, maar kunnen er elementen in staan die niet volledig correct (meer) zijn.


Uitvoeringsbesluit

Het decreet wordt verder aangevuld door een uitvoeringsbesluit. Daarin kan de Vlaamse Regering voorwaarden nog preciezer omschrijven, procedures verfijnen, systemen van evaluatie en controle inbouwen. 

Een eerste principiële goedkeuring van het uitvoeringsbesluit wordt in de tweede helft van maart verwacht. Het definitief, bekrachtigd besluit wordt verwacht midden 2017. 


Verloop goedkeuringsprocedure


Bijkomende informatie

Noot: hou er rekening mee dat de presentaties gegeven werden op basis van de toenmalige versie van het decreet. Tijdens de procedure van totstandkoming van het decreet zijn er nog aanpassingen gebeurd die mogelijk kunnen afwijken van de inhoud van deze presentaties.

Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012

Officiële titel

De officiële titel van het decreet is:

Het decreet van 6 juli 2012 houdende het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid


Officiële afkorting

Het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 is de officiële afkorting. 


Inhoud van het decreet

Het Cultureel-erfgoeddecreet bevat de regels op basis waarvan de Vlaamse Gemeenschap het cultureel-erfgoedveld in Vlaanderen ondersteunt en subsidieert. Het ondersteunen en subsidiëren van cultureel-erfgoedorganisaties vormt samen met het beschermen van cultureel erfgoed (geregeld door het Topstukkendecreet) één van de pijlers van het cultureel-erfgoedbeleid.  

Het Cultureel-erfgoeddecreet gaat alleen maar over het roerend en immaterieel erfgoed. Het gaat dus over:

  • cultureel erfgoed in musea, archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken
  • heemkundige kringen en andere verenigingen die zich bezig houden met roerend en immaterieel erfgoed
  • cultureel erfgoed dat niet in musea, archiefinstellingen of erfgoedbibliotheken wordt bewaard
  • verhalen, rituelen, processies, tradities, gebruiken …

De Vlaamse Gemeenschap ondersteunt initiatieven die organisaties daarvoor nemen als ze aan de voorwaarden en de criteria van het decreet voldoen.

Het onroerend-erfgoedbeleid en dus het beleid naar monumenten, landschappen en archeologische sites wordt geregeld via andere decreten. Initiatieven voor monumenten, landschappen en archeologische sites kunnen dus niet op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet gesubsidieerd worden.


Memorie van toelichting

De memorie van toelichting:

  • geeft uitleg bij de het Cultureel-erfgoeddecreet
  • schetst de doelstellingen
  • licht keuzes toe en is hierdoor van belang voor het begrijpen van bepaalde instrumenten, voorwaarden en criteria.

De tekst van de memorie wordt niet aangepast naar aanleiding van veranderingen aan de decreettekst die het gevolg zijn van opmerkingen van de Raad van State, van de bespreking in het Vlaams Parlement of van de verschillende beslissingsmomenten in de procedure.

 

De uitvoeringsbesluiten

Meestal worden niet alle regel per decreet bepaald; een decreet kan een delegatie voorzien aan de Vlaamse Regering om op bepaalde punten nadere regels vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van een uitvoeringsbesluit (de officiële naam voor uitvoeringsbesluit is “Besluit van de Vlaamse Regering”). 

Voor de uitvoering van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 wordt gewerkt met 2 uitvoeringsbesluiten:

  • een uitvoeringsbesluit voor de bepaling van de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het Cultureel-erfgoeddecreet (in uitvoering van het Planlastendecreet).
  • een uitvoeringsbesluit voor de verdere uitwerking van de voorwaarden, criteria en procedures van het Cultureel-erfgoeddecreet.​


Uitvoeringsbesluit voor de bepaling van de Vlaamse beleidsprioriteiten

Deze beleidsprioriteiten worden bepaald in uitvoering van de subsidiemethodiek die het Planlastendecreet voorziet voor gemeenten en provincies. In het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 kunnen en de provincies en de 5 kunststeden (Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Mechelen) intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteiten voor cultureel erfgoed. 

De provincies en de betrokken steden kunnen via hun meerjarenplanning 2014-2019 intekenen op de Vlaamse beleidsprioriteiten en hiervoor subsidies ontvangen.

Besluit van de Vlaamse Regering van 14 september 2012 houdende de formulering van de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het Cultureel-erfgoeddecreet 


Uitvoeringsbesluit voor de verdere uitwerking van de voorwaarden, criteria en procedures

Dit uitvoeringsbesluit voorziet nadere specificaties en procedures voor de verschillende onderdelen van het Cultureel-erfgoeddecreet. Dit is nodig om er voor te zorgen dat het decreet uitgevoerd kan worden. 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2013 houdende de uitvoering van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 


Ministerieel besluit

Ministerieel besluit houdende de bepaling van nadere modaliteiten voor het toezicht op subsidies in het kader van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012

Met het oog op het toezicht werd, zoals voorzien in het uitvoeringsbesluit over de uitvoering van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012, bepaald wel kosten al dan niet in aanmerking komen voor subsidiëring.


Aanpassing beleidsperiodes Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012

Op 20 november 2015 keurde het Vlaams Parlement een wijziging van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012 goed. De wijziging regelt de aanpassing van de beleidsperiodes. 

Het decreet voorzag verschillende beleidsperiodes per deelsector die elkaar overlappen. Als gevolg hiervan kon de sector nooit als geheel aan de meet komen. Er bestaat dus geen ‘cultureel-erfgoedronde’, zoals er een ‘kunstenronde’ bestaat in het Kunstendecreet.

Door het wijzigingsdecreet worden de lopende beleidsperiodes van de cultureel-erfgoedorganisaties aangepast zodat zij tegelijk eindigen op 31 december 2018. De lopende beheersovereenkomsten worden verlengd. Cultureel-erfgoedorganisaties die momenteel een werkingssubsidie ontvangen, moeten dus pas een nieuwe subsidieaanvraag indienen voor werkingssubsidies voor een beleidsperiode die start op 1 januari 2019.

 

Soort organisatie

Oude periode

Nieuwe periode

musea en samenwerkingsverbanden voor internationale profilering

2014 -2018

2014 -2018

(geen wijziging)

culturele archiefinstellingen, Archiefbank Vlaanderen, Vlaamse Erfgoedbibliotheek

2013 - 2017

2013 - 2018

landelijke expertisecentra, landelijke organisaties volkscultuur, periodieke cultureel-erfgoedpublicaties

2012 - 2016

2012 - 2018

FARO, M HKA

2012 - 2016

2012 - 2018

belangenbehartiger

2016 – 2020

2016 - 2018


Ook de decretale beleidsperiode van het cultureel-erfgoedconvenant met de Vlaamse Gemeenschapscommissie werd aangepast. De periode werd aangepast zodat deze overeenstemt met de eigen meerjarenplanning van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Om de planlast te verminderen kan die meerjarenplanning nu ingediend worden als subsidieaanvraag voor de beleidsperiode 2016-2020.


 

 

 

Documentatie / Historiek

Het Cultureel-erfgoeddecreet 6 juli 2012 vervangt het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008.

In het Cultureel-Erfgoeddecreet van 23 mei 2008 werden het Archiefdecreet, het Decreet op de Volkscultuur en het Erfgoeddecreet geïntegreerd.

Het Museumdecreet van 1996 en het reglement met betrekking tot cultureel-erfgoedconvenants van 2000 werden geïntegreerd in het Erfgoeddecreet van 2004.

Voor de inwerkingtreding van het Museumdecreet werden musea in beperkte mate gesubsidieerd op basis van het Koninklijk Besluit van 1958 ‘tot reglementering van toelagen aan musea die niet van de Staat afhangen’.