Uitvoerder van het kunsten- en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Aanvullende subsidies voor tewerkstelling

Het tewerkstellingsbeleid dat gevoerd wordt met de subsidies voor aanvullende tewerkstelling in het culturele veld werd ingepast in het sectorale beleid.

We onderscheiden drie categorieën:

  • organisaties die gesubsidieerd worden op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet
  • organisaties die enkel erkend zijn op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet
  • organisaties die niet erkend en niet gesubsidieerd worden

Regeling van toepassing op de organisaties die wel erkend, maar niet gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap

Basisprincipes

Net zoals in de huidige regeling is er een bescherming voorzien voor de oorspronkelijke DAC’ers die in de periode 2002 – 2003 geregulariseerd werden (‘beschermde DAC’ers’). Zolang deze in dienst zijn blijft de aanvullende subsidie voor tewerkstelling voor deze werknemers behouden.
Voor de personeelsleden die de oorspronkelijke DAC’ers vervangen is dit niet het geval. Het behoud van de subsidie wordt gekoppeld aan de manier waarop deze personeelsleden ingezet worden. Er moet een verantwoordingsnota ingediend worden tot behoud van deze tewerkstelling. Indien goedgekeurd kan ook de aanvullende subsidie voor tewerkstelling van deze personeelsleden behouden blijven.

De goedkeuring is geldig voor één beleidsperiode voor behoud in een volgende beleidsperiode moet opnieuw een verantwoordingsnota ter goedkeuring ingediend worden.

Welke organisaties zijn erkend?

Organisaties die erkend zijn op basis van het huidige Erfgoeddecreet behouden hun erkenning. Bijgevolg is deze regeling van toepassing op alle erkende musea met basisindeling of regionale indeling (voor musea met landelijke indeling de regeling hierboven van toepassing).

Beleidsperiode en timing

Er is een nieuw Cultureel-erfgoeddecreet (2012) dat, na goedkeuring van de uitvoeringsbesluiten, het bestaande decreet van 2008 zal vervangen. Het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet voorziet dat de beleidsperiode met 1 jaar wordt vervoegd. De volgende datum waarop het behoud van de aanvullende subsidie voor tewerkstelling gevraagd kan worden, verschuift hierdoor naar 15 januari 2013. 
De eerste volledige beleidsperiode zal bijgevolg 2014 – 2019 zijn.

Subsidiebedrag per Voltijds Equivalent (VTE)

De nieuwe regeling verandert niets aan de hoogte van de subsidie voor de oorspronkelijke DAC’ers die geregulariseerd werden. De maximale subsidie wordt bepaald door de anciënniteit en het VDAB-barema zoals ingeschaald in PC 329 van de werknemer in kwestie.

Het subsidiebedrag voor de vervangers wijzigt wel vanaf 1 januari 2011. Vanaf die datum bedraagt de maximale subsidie 35.500 euro per VTE. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Welke werknemers zijn beschermd? 

Een werknemer is beschermd indien deze in de periode 2002 – 2003 geregulariseerd werd. In het ingesloten overzicht vindt u de datum waarop de DAC’ers in uw instelling geregulariseerd werden, evenals het aantal voltijds equivalenten dat geregulariseerd werd.


Formulieren

Aanvraag voor het behoud van de subsidie voor aanvullende tewerkstelling (DOC, 422 kB)

Met dit formulier kan een cultureel-erfgoedorganisatie die beschikt over een kwaliteitslabel en een subsidies voor aanvullende tewerkstelling ontvangt, bij het agentschap Kunsten en Erfgoed een aanvraag indienen om die subsidie te behouden.

Aanvraag van het kwaliteitslabel als collectiebeherende cultureel- erfgoedorganisatie (DOC, 1 MB)

Met dit formulier kan een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie tegelijk een kwaliteitslabel aanvragen en het behoud van de aanvullende subsidie voor tewerkstelling. De drie soorten kwaliteitslabels die aangevraagd kunnen worden zijn:

  • een door de Vlaamse overheid erkend museum
  • een door de Vlaamse overheid erkende culturele archiefinstelling
  • een door de Vlaamse overheid erkende erfgoedbibliotheek.

Om het behoud van de aanvullende subsidie voor tewerkstelling aan te vragen moet u bijlage 4 van dit formulier invullen.


Aanvraag

Verantwoordingsnota

Een aanvraag wordt ingediend aan de hand van een verantwoordingsnota. Deze nota moet een beschrijving bevatten van de wijze waarop alle personeelsleden waarvoor de instelling subsidies voor aanvullende tewerkstelling ontvangt (dus ook de beschermde) ingezet worden.
Aanvragen worden ingediend uiterlijk op 15 januari voorafgaand van het eerste jaar van de beleidsperiode. De eerstvolgende datum waarop u een aanvraag kunt indienen is 15 januari 2013 voor de beleidsperiode 2014 – 2019.

Goedkeuring van de verantwoordingsnota

Uiterlijk op 15 juli voorafgaand aan het eerste jaar van de beleidsperiode beslist de minister over deze verantwoordingsnota. In geval van goedkeuring blijven de subsidies voor aanvullende tewerkstelling behouden voor de beleidsperiode. De minister kan ook beslissen de nota geheel of gedeeltelijk af te keuren. In dit geval valt de aanvullende subsidie voor tewerkstelling voor de vervangers geheel of gedeeltelijk weg.

U moet uw dossier zowel op papier als digitaal indienen. Op papier in 3 exemplaren op volgend adres:

Kunsten en Erfgoed
Marina Laureys, afdelingshoofd Erfgoed
Arenbergstraat 9, 1000 BRUSSEL

Stuur de digitale versie via e-mail naar cultureelerfgoed@vlaanderen.be in een MSWord-of PDF-bestand.


Opvolging

Jaarlijkse controle gebeurt op basis van bewijsstukken van de tewerkstellingskost: 

  • individuele rekening per werknemer
  • bewijs RSZ-bijdrage
  • factuur vakantiegeld arbeiders
  • factuur ongevallenverzekering
  • factuur arbeidsgeneeskundige dienst.

Deze stukken moet u jaarlijks indienen op 1 april na het jaar van subsidiëring.