Uitvoerder van het kunsten-en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Topstukken

’T Dor Wert Groeyende

Title: 
’T Dor Wert Groeyende
Year: 
2014
Storage place: 
s.n.
Category: 
Cultuurhistorisch
Theme: 
Theatererfgoed
De rederijkerij in Vlaanderen wordt geassocieerd met de zestiende en zeventiende eeuw. Toch brachten de rederijkerskamers ook in de achttiende eeuw nog heel wat toneelliteratuur voort. De toneelstukken van De Violieren/Olijftak in Antwerpen en De Fonteine in Gent getuigen daar van. In de kleinere steden bleef de rederijkerij een bijzondere rol spelen in de achttiende eeuw, al zijn uit die kleinere steden weinig toneelteksten overgeleverd. Beschikken we voor de zeventiende eeuw over de teksten van Joris Berckmans (?-1694) en Cornelis de Bie (1627-ca. 1715), dan werd er voor de Lierse achttiende eeuw, nauwelijks iets overgeleverd.
Het handschrift ’t Dor Wert Groeyende is een uitzonderlijk voorbeeld van de kwaliteit van het toneel in die steden en dan ook bijzonder zeldzaam. Bovendien vormt het handschrift het bewijs van een onafgebroken toneeltraditie van rederijkerstoneel en amateurtheater in Vlaanderen vanaf de late middeleeuwen tot op heden. Vanuit dit oogpunt is het handschrift als een blijvende herinnering van de werking van de rederijkerij in de kleinere Vlaamse steden onmisbaar voor het collectieve geheugen en bezit het ijkwaarde.
verzamelhandschrift, 17de-18de eeuw
gebonden, kalfsleren band (430 X 273, dikte 85 mm)
op de tweede van zeven rugvelden is een rood lederen titelschild gekleefd met in gouden letters ’T Dor Wert Groeyende
andere rugvelden zijn versierd met een vergulde stempel
boekblok telt 305 bladen, 412 X 263 mm, 72 mm dik
velranden zijn aan de drie zijden net afgesneden, katernen bestaan uit dubbelbladen of bifolia
papier met watermerk
Het handschrift ’t Dor Wert Groeyende bevat achttien zeventiende- en achttiende-eeuwse toneelstukken geschreven door minstens zeven verschillende, bekende en minder bekende, auteurs. De teksten, die bestemd waren voor de Lierse rederijkerskamer De Groeiende Boom (die als spreuk ’t Dor wert groeyende had), werden, op twee uitzonderingen na, allemaal geschreven en voor het eerst opgevoerd tussen 1734 en 1803.