Uitvoerder van het kunsten-en cultureel-erfgoedbeleid van de Vlaamse Regering

Vergunningen voor buiten de Europese Unie

Vergunning voor bepaalde cultuurgoederen

Sinds 1 januari 1993 geldt er een vergunningsplicht voor de uitvoer van bepaalde cultuurgoederen buiten de Europese Unie. 

Deze vergunningsplicht geldt zowel voor de definitieve uitvoer als voor de tijdelijke uitvoer van bepaalde cultuurgoederen.


Wanneer een uitvoervergunning aanvragen?

De Verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen onderscheidt vijftien categorieën van cultuurgoederen waarvoor een uitvoervergunning vereist is om ze buiten de EU te brengen. Zie hieronder voor de lijst van vergunningsplichtige cultuurgoederen.

De vergunningsplicht is per categorie afhankelijk van drempels voor ouderdom en waarde.

Als u bijvoorbeeld een beeldhouwwerk (categorie 7) wil uitvoeren, dan geldt een ouderdomsdrempel van 50 jaar en een waardedrempel van 50.000 euro. Wanneer het beeldhouwwerk nog geen vijftig jaar oud is en/of de waarde van dit beeldhouwwerk lager ligt, dan is er geen vergunning vereist. Voldoet het beeldhouwwerk wel aan deze beide criteria, dan is een uitvoervergunning vereist zowel voor tijdelijke als definitieve uitvoer, ongeacht de manier waarop de uitvoer zal gebeuren.

Deze vergunningsplicht geldt niet alleen bij verkoop (definitieve uitvoer) naar een land buiten de EU, maar evenzeer bij tijdelijke uitvoer om cultuurgoederen in een museum tentoon te stellen, op een beurs, of om ze te laten restaureren.


Lijst vergunningsplichtige cultuurgoederen

Categorie

Omschrijving

Waardedrempel

(euro)

Goederencode

1

Oudheidkundige voorwerpen, ouder dan 100 jaar, afkomstig van:

  • Opgravingen en vondsten, op land en in zee
  • Oudheidkundige locaties
  • Oudheidkundige collecties

Geen

9705 00 00

9706 00 00

2

Delen die integrerend deel hebben uitgemaakt van artistieke, historische of religieuze monumenten die niet in hun geheel bewaard zijn gebleven, ouder dan 100 jaar

Geen

9705 00 00

9706 00 00

3

Afbeeldingen, schilderijen die niet tot categorie 4 of 5 behoren en geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen (1)

150.000

9701

 4*

Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond (1)

* als bij een aquarel, gouache of pasteltekening de ondertekeningen te zien is, wordt het object beschouwd als een tekening (categorie 5)

30.000

9701

5

Mozaïeken, ongeacht van welke materialen, die geheel met de hand zijn vervaardigd en niet tot categorie 1 of 2 behoren, en tekeningen ** die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen (1)

** onder tekeningen wordt hier niet begrepen gekleurde tekeningen als genoemd in categorie 4 (gouaches, pastels, aquarellen)

15.000

6914

9701

6

Oorspronkelijke gravures, prenten, zeefdrukken en lithografieën en hun respectieve matrijzen, alsmede de originele affiches (1)

15.000

Hoofdstuk 49

9702 00 00

8442 50 99

7

Oorspronkelijke beelden of oorspronkelijk beeldhouwwerk, alsmede kopieën die zijn verkregen volgens hetzelfde procedé als de oorspronkelijke stukken (1), en die niet tot categorie 1 behoren

50.000

9703 00 00

8

Fotoafdrukken, films en negatieven daarvan (1)

15.000

3704, 3705, 3706

4911 91 80

9

Wiegendrukken en manuscripten ***, met inbegrip van geografische kaarten en partituren, afzonderlijk of in verzamelingen (1)

*** onder wiegedrukken wordt verstaan gedrukte boeken van vóór 1501, zogenaamde incunabelen. Onder manuscripten (handschriften) worden ook verstaan gedrukte boeken met handgeschreven aantekeningen ouder dan 50 jaar

Geen

9702 00 00

9706 00 00

4901 10 00

4901 99 00

4904 00 00

4905 91 00

4905 99 00

4906 00 00

10

Boeken, ouder dan 100 jaar, afzonderlijk of in verzamelingen

50.000

9705 00 00

9706 00 00

 

11

Gedrukte geografische kaarten, ouder dan 200 jaar

15.000

9706 00 00

12

Archieven en onderdelen daarvan, ongeacht de aard en het materiaal, ouder dan 50 jaar

Geen

3704, 3705, 3706

4901, 4906

9705 00 00

9706 00 00

 

13

  1. Verzamelingen  (2) en exemplaren voor verzamelingen van fauna, flora, mineralen en anatomische delen
  2. Verzamelingen (2) van historisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch **** belang

**** losse munten vallen niet onder het begrip verzameling en vallen onder categorie 15

50.000

9705 00 00

9705 00 00

14

Vervoersmiddelen, ouder dan 75 jaar

50.000

9705 00 00

(hoofdstukken 86 t/m 89)

15

Andere antiquiteiten die niet tot de categorieën A1 t/m A14 behoren:

  1. Tussen 50 en 100 jaar oud:
    • Speelgoed, spellen
    • Glaswerk
    • Edelsmidwerk
    • Meubelen en meubelstukken
    • Optische instrumenten en instrumenten voor de fotografie of de cinematografie
    • Muziekinstrumenten
    • Uurwerken
    • Houtwaren
    • Aardewerk
    • Tapisserieën
    • Tapijten
    • Behangselpapier
    • Wapens
  2. meer dan 100 jaar oud

50.000

Hoofdstuk 95

7013

7114

Hoofdstuk 94

Hoofdstuk 90

Hoofdstuk 92

Hoofdstuk 91

Hoofdstuk 44

Hoofdstuk 69

5805 00 00

Hoofdstuk 57

4814

Hoofdstuk 93

9706 00 00

  1. Ouder dan 50 jaar en niet meer in bezit van de maker.
  2. Als omschreven in het arrest van het Hof van Justitie in zaak 252/84, namelijk “Voorwerpen voor verzamelingen in de zin van post 9705 van het gemeenschappelijk douanetarief zijn voorwerpen die geschikt zijn om in een verzameling te worden opgenomen, dat wil zeggen dat voorwerpen die relatief zeldzaam zijn, normalerwijs niet overeenkomstig hun oorspronkelijke bestemming worden gebruikt, voorwerp zijn van speciale handelsbranches buiten de gewone handel in soortgelijke gebruiksvoorwerpen, en een hoge waarde hebben”.


Wie levert de vergunning af?

Het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media levert de vergunning af voor de uitvoer van cultuurgoederen die zich in Vlaanderen (in het Vlaamse Gewest) bevinden.

Voor cultuurgoederen die zich in het tweetalige gebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevinden, heeft de eigenaar de keuze om zich tot de Franse of Vlaamse Gemeenschap wenden.


Zelf aanvragen of niet?

U kan als eigenaar zelf de vergunning aanvragen. Maar uitvoervergunningen worden in de regel aangevraagd door de firma die ook voor het transport van de werken instaat, alsook voor de douaneformaliteiten (bijvoorbeeld Farin, Mobull, Steinacher, Nail to Nail, ...)

In dat geval moet u er wel voor zorgen dat de firma over de nodige inhoudelijke gegevens beschikt om de aanvraag in te kunnen dienen. Vaak blijkt het (niet) aanleveren van de nodige (kleuren)foto’s of van een ontoereikende provenance (herkomst- en eigendomsgeschiedenis) voor vertraging te zorgen.


Een vergunning aanvragen

De aflevering van een uitvoervergunning gebeurt op basis van een correct en volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier wordt uit veiligheidsoverwegingen niet online ter beschikking gesteld. U dient het aan te vragen bij het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

In principe moet voor elk cultuurgoed een apart formulier worden ingevuld, behalve wanneer de vergunning betrekking heeft op één enkele zending die bestaat uit meerdere objecten die eenzelfde eindbestemming hebben (zo bijvoorbeeld wanneer een museum meerdere bruiklenen toestond voor één tentoonstelling). Deze uitzondering moet wel steeds voorafgaandelijk door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media toegestaan worden. U neemt daarvoor best telefonisch of per e-mail met ons contact op.

Het ingevulde formulier bezorgt u per post of per drager aan:

Departement Cultuur, Jeugd Sport en Media
Afdeling Cultureel Erfgoed
t.a.v. Hans Feys
Arenbergstraat 9
1000 Brussel

Contact

Hans Feys
T 02 553 68 26

Als bijlagen voegt u toe:

  • het nodige documentatiemateriaal voor identificatie
  • één kleurenfoto in drie exemplaren (minimaal 9 x 12 cm) van het cultuurgoed
  • een document dat de provenance van het cultuurgoed toelicht.


Onontvankelijke aanvragen

Onvolledige aanvragen zijn onontvankelijk. Het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media meldt de aanvrager het onontvankelijk zijn binnen 15 dagen na ontvangst van de aanvraag..

Als onvolledig gelden:

  • aanvragen waarbij de (door de aanvrager in te vullen) vakken niet of onvolledig werden ingevuld.
  • aanvragen waarbij de vereiste bijlage(n) ontbreken
  • aanvragen met een ontoereikende provenance (herkomst- en eigendomsgeschiedenis)


Ongeldige aanvragen

Een aanvraag is ongeldig indien:

1° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, niet wettig en definitief in de Vlaamse Gemeenschap is.

Met 'wettig' wordt bedoeld dat het cultuurgoed zich in de Vlaamse Gemeenschap moet bevinden in overeenstemming met de door België afgesloten internationale verdragen ter bestrijding van de illegale uitvoer van cultuurgoederen.

Aanvragen voor cultuurgoederen die zich in overtreding van de Europese regelgeving in de Vlaamse Gemeenschap bevinden, zijn derhalve ongeldig (verordening nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende uitvoer van cultuurgoederen en richtlijn 2014/60/EU van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht).

Hetzelfde geldt voor de aanvragen voor cultuurgoederen die na de inwerkingtreding (1/7/2009) van het Unesco ’70-verdrag ‘met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen om de ongeoorloofde invoer, uitvoer en overdracht van eigendom van cultuurgoederen te voorkomen’, in België werden gebracht zonder toelating daartoe vanwege het land van herkomst.

Definitief’ betekent dat het topstuk zich niet op een of andere tijdelijke basis in de Vlaamse Gemeenschap bevindt.

2° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, onder de bescherming van de monumentenwetgeving valt en de aanvraag is ingediend zonder het akkoord vanwege het bevoegde gewest;

3° het cultuurgoed onder de toepassing valt van de wetgeving van de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Federale Overheid en in overtreding van deze wetgeving een vergunning tot uitvoer wordt aangevraagd.

4° het cultuurgoed waarvoor een vergunning wordt gevraagd, het voorwerp vormt van een verzoek of vordering tot teruggave op basis van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht, of op basis van een internationaal cultuurgoederenverdrag dat in de Vlaamse Gemeenschap van toepassing is.

Vergunningen die op basis van een ongeldige aanvraag werden afgeleverd, zijn nietig.


Wanneer heeft u geen uitvoervergunning nodig?

U hoeft geen vergunning aan te vragen wanneer de ouderdom of de waarde van het cultuurgoed onder de voor de betreffende categorie geldende drempels blijft. Bij controle aan de grens kan de douane wel vragen om haar bewijsmateriaal voor te leggen uit dewelke dit blijkt (voorbeeld facturen, verzekeringsstukken).

Voor transport binnen de EU is er geen uitvoervergunning nodig tenzij het om cultuurgoederen gaat die als topstuk onder de beschermingswetgeving van het Topstukkendecreet vallen. Voor het buiten Vlaanderen brengen van topstukken is altijd een voorafgaande toelating vereist.


De vergunning

De vergunning van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media is een ‘standaardvergunning’.

  • De vergunning wordt gebruikt voor zowel de tijdelijke als definitieve uitvoer van cultuurgoederen.
  • Voor elk object is een afzonderlijke uitvoervergunning vereist. Voor de gelijktijdige uitvoer van cultuurgoederen met eenzelfde bestemming (voorbeeld bruiklenen voor dezelfde tijdelijke tentoonstelling of kunstbeurs) kan één vergunning, waaraan dan een lijst met de stukken toegevoegd worden, volstaan.
  • De geldigheidsduur van de vergunning is twaalf maanden na afgifte.
  • In geval van tijdelijke uitvoer wordt door het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media in vak 2 van de vergunning aangegeven wanneer de cultuurgoederen ten laatste terug in België moet zijn gebracht.


Aflevering vergunning

De Vlaamse Regering levert de vergunning af binnen 15 dagen na de ontvangst van een ontvankelijke aanvraag.

Die termijn kan door de Vlaamse Regering eenmalig met 20 dagen verlengd worden indien zij van mening is dat een grondiger onderzoek van de aanvraag vereist is.

De toegekende vergunning kan u als aanvrager afhalen op het werkadres van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media of bezorgen we u per post.


Weigering van een vergunning

Een aanvraag kan worden geweigerd indien het cultuurgoed als een topstuk moet beschouwd worden in de zin van het Topstukkendecreet [zeldzaam en onmisbaar voor de Vlaamse Gemeenschap (cfr. art. 2 bis Topstukkendecreet)] en er geen toelating kan voorgelegd worden om dit topstuk buiten Vlaanderen te brengen (art. 11 Topstukkendecreet).

In dat geval dient de eigenaar die desondanks het cultuurgoed wil uitvoeren vooreerst een aanvraag in te dienen tot toelating om het cultuurgoed buiten de Vlaamse Gemeenschap te brengen.

Wordt deze toelating geweigerd, dan kan de eigenaar van de Vlaamse overheid eisen dat deze het cultuurgoed aankoopt tegen de marktprijs. Zo neen, dan dient de Vlaamse overheid alsnog de gevraagde toelating te verlenen om het cultuurgoed (topstuk) buiten Vlaanderen te brengen en dient ook, op vraag van de eigenaar, een vergunning verleend te worden om het cultuurgoed buiten de Europese Unie te brengen.


Over provenance

In principe dient u aan het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media een provenance te kunnen voorleggen die teruggaat tot de datum van de inwerkingtreding van de EU-verordening (1993).

Met provenance wordt de eigendomsgeschiedenis van het werk bedoeld.

De aangegeven eigendomsgeschiedenis wordt gedocumenteerd door gepubliceerde veilingresultaten, afschriften van facturen die de eigendomsoverdracht documenteren, vermeldingen in catalogi, ... Het betreft informatie die vertrouwelijk behandeld wordt en niet gedeeld wordt met andere overheidsinstanties of derden.


Regelgeving


Toelichting formulier

Algemeen

Het formulier voor de standaarduitvoervergunning moet in drievoud, leesbaar en onuitwisbaar worden ingevuld, bij voorkeur mechanisch of elektronisch. Indien het formulier met de hand wordt ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te geschieden. Op het formulier mogen geen doorhalingen, verbeteringen of andere wijzigingen worden aangebracht.

Door elk niet gebruikt vak moet een streep getrokken worden, zodat er niets toegevoegd kan worden in een later stadium.

Het formulier bestaat uit drie exemplaren:

  • exemplaar nr. 1: aanvraag te bewaren door de instantie van afgifte (voor iedere lidstaat de naam van die autoriteit vermelden); voor elke aanvullende lijst moet een nieuw exemplaar nr. 1 worden ingevuld, waarbij de bevoegde instantie van afgifte bepaalt of hiervoor één of meer uitvoervergunningen afgegeven moeten worden;
  • exemplaar nr. 2: wordt ter staving van de aangifte ten uitvoer overgelegd aan het bevoegde douanekantoor van uitvoer en door de aanvrager bewaard nadat het kantoor zijn stempel heeft aangebracht;
  • exemplaar nr. 3: wordt overgelegd aan het bevoegde douanekantoor van uitvoer en vergezelt verder de zending tot aan het douanekantoor van uitgang uit het douanegebied van de Unie; na goedkeuring door de douanediensten wordt dit exemplaar naar het douanekantoor van afgifte teruggezonden.

Rubrieken

Vak 1: Aanvrager

Naam of handelsbenaming en volledig adres van de woonplaats of het hoofdkantoor van de onderneming.

Vak 2: Uitvoervergunning

Vak voorbehouden aan de bevoegde autoriteiten.

Vak 3: Geadresseerde

Naam en volledig adres van de geadresseerde, alsmede het derde land waarnaar het goed tijdelijk of definitief wordt uitgevoerd.

Vak 4

Vermelden of de uitvoer definitief of tijdelijk is.

Vak 5: Instantie van afgifte

Omschrijving van de bevoegde autoriteit en de lidstaat die de vergunning afgeeft.

Vak 6: Vertegenwoordiger van de aanvrager

Uitsluitend in te vullen wanneer de aanvrager een beroep doet op een gevolmachtigd vertegenwoordiger.

Vak 7: Eigenaar van het (de) voorwerp(en)

Naam en adres.

Vak 8: Omschrijving overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 116/2009. Categorie(ën) van het (de) cultuurgoed(eren)

De goederen zijn ingedeeld in categorieën genummerd van 1 tot en met 15. Vermeld uitsluitend het overeenkomstige nummer.

Vak 9: Omschrijving van het (de) cultuurgoed(eren)

Vermeld de precieze aard van het goed (bijvoorbeeld schilderij, beeldhouwwerk, bas-reliëf, negatieve of positieve kopie van een film, meubilair en voorwerpen, muziekinstrumenten) en beschrijf het goed zo volledig mogelijk:

  • voor voorwerpen van categorie 13: vermeld het gebied en/of de geografische oorsprong,
  • voor natuurwetenschappelijke collecties of exemplaren daarvan: vermeld de wetenschappelijke benaming,
  • voor omvangrijke collecties van archeologische voorwerpen volstaat een algemene beschrijving vergezeld van een attest of certificaat van de dienst of de wetenschappelijke of archeologische instelling en een lijst van de voorwerpen.

Indien er onvoldoende ruimte is om alle voorwerpen te beschrijven, kan de aanvrager de nodige aanvullende bladen indienen.

Vak 10: GN-code

Indicatieve vermelding van de GN-code.

Vak 11: Aantal/hoeveelheid

Vermeld het aantal goederen, met name wanneer deze één geheel vormen. Voor films het aantal spoelen, het formaat en de lengte vermelden.

Vak 12: Waarde in nationale valuta

Vermeld de waarde van het goed in de nationale munteenheid.

Vak 13: Doel van de uitvoer van het (de) cultuurgoed(eren)/Reden voor de vergunningsaanvraag

Vermeld of het uit te voeren goed is verkocht of is bestemd voor de verkoop, een tentoonstelling, taxatie, restauratie of enig ander gebruik, en of het moet terugkeren.

Vak 14: Titel of onderwerp

Indien het werk geen specifieke titel heeft, vermeld het onderwerp ervan door een beknopte beschrijving van het goed of, voor films, van het behandelde onderwerp.
Voor wetenschappelijke instrumenten of andere voorwerpen waarvan geen specificatie mogelijk is, volstaat het vak 9 in te vullen.

Vak 15: Afmetingen

De afmetingen (in centimeter) zijn de afmetingen van het goed en eventueel van de houder.
Voor ingewikkelde of speciale vormen, vermeld de afmetingen in de volgorde: hoogte × breedte × diepte.

Vak 16: Datering

Indien een precieze datum ontbreekt, vermeld de eeuw, het deel van de eeuw (eerste kwart, eerste helft) of het millennium (met name voor de categorieën 1 tot en met 7).

Voor antieke voorwerpen waarvan de leeftijd globaal is vastgesteld (ouder dan 50 of dan 100 jaar of tussen de 50 en 100 jaar oud) en waarvoor de vermelding van de eeuw onvoldoende is, het jaar opgeven, eventueel bij benadering (bijvoorbeeld rond 1890, circa 1950).

Voor films bij ontbreken van een precieze datum het decennium vermelden.

Voor reeksen (archieven en bibliotheken) de begin- en einddatum vermelden.

Vak 17: Overige kenmerken

Vermeld ieder ander gegeven betreffende de formele aspecten van het goed dat nuttig kan zijn om het te identificeren, bijvoorbeeld historische antecedenten, omstandigheden waaronder het tot stand is gekomen, vroegere eigenaars, staat, restauratie, bibliografie, markering of elektronische code enz.

Vak 18: Ter identificatie bijgevoegde documenten/bijzonderheden

De overeenkomstige hokjes aankruisen.

Vak 19: Kunstenaar, tijdperk, atelier en/of stijl

De naam van de kunstenaar vermelden, indien bekend en gedocumenteerd. Wanneer het gaat om kunstwerken in samenwerking of om kopieën, de kunstenaars of de gekopieerde kunstenaars vermelden, indien bekend. Indien het werk slechts aan één kunstenaar wordt toegeschreven, vermeld „toegeschreven aan […]”.Indien de kunstenaar onbekend is, vermeld het atelier, de school of de stijl (bijvoorbeeld atelier van Velázquez, Venetiaanse school, Ming-tijdperk, Lodewijk XV-stijl of Victoriaanse stijl).Voor gedrukte documenten de naam van de uitgever en de plaats en het jaar van uitgave vermelden.

Vak 20: Materiaal of techniek

Deze rubriek dient uiterst zorgvuldig te worden ingevuld; vermeld de gebruikte materialen en de toegepaste techniek (bijvoorbeeld olieverfschilderij, houtsnijkunst, houtskool- of potloodtekening, verloren-wasprocédé, nitraatfilms enz.).

Vak 21: Aanvraag 

Enkel in te vullen op exemplaar 1.
Verplicht in te vullen door de aanvrager of zijn vertegenwoordiger, die verklaart dat de inlichtingen in de aanvraag en de bijgevoegde bewijsstukken juist zijn.

Vak 22: Handtekening en stempel van de instantie van afgifte

In te vullen door de bevoegde autoriteit, onder vermelding van de plaats en datum op de drie exemplaren van de vergunning.

Vak 23: Visum van het douanekantoor van uitvoer

Exemplaren 2 en 3.
In te vullen door het douanekantoor. Onder douanekantoor van uitvoer wordt verstaan het kantoor waar de aangifte ten uitvoer wordt overgelegd en waar de uitvoerformaliteiten worden vervuld.

Vak 24: Foto(s) van het (de) cultuurgoed(eren)

Een kleurenfoto (minimumformaat 9 × 12 cm) vastlijmen. Om driedimensionale voorwerpen gemakkelijker te kunnen identificeren, kunnen foto’s van verschillende kanten gevraagd worden.

De bevoegde autoriteit dient de foto te waarmerken door het aanbrengen van haar handtekening en het stempel van het bureau van afgifte. .Eventueel kunnen de bevoegde autoriteiten bijkomende foto’s eisen.

Vak 25: Extra bladen

Zo nodig het aantal gebruikte bijkomende bladen vermelden.

Vak 26: Douanekantoor van uitgang 

Exemplaren 2 en 3.
Voorbehouden aan het betreffende kantoor. Onder “douanekantoor van uitgang” wordt verstaan het laatste douanekantoor dat de goederen behandelt alvorens zij het douanegebied van de Unie verlaten.