Heilig-Bloedprocessie Brugge op UNESCO's representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid
In 2008 droeg Vlaanderen de Heilig-Bloedprocessie Brugge voor ter opname op de representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid. Na een lange administratieve procedure werd op 2 oktober 2009 op het intergouvernementele comité in Abu Dhabi de definitieve lijst bekendgemaakt. De Heilig-Bloedprocessie Brugge maakt vanaf nu deel uit van UNESCO's representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.
Heilig Bloedprocessie Brugge
Sinds het einde van de 13de eeuw is de Heilig-Bloedprocessie niet weg te denken uit de Brugse geschiedenis. Elk jaar opnieuw, los van enkele oorlogsjaren, trekt ze door het hart van Brugge. De processie bestaat uit 52 groepen verdeeld over vijf delen; een aaneenschakeling van straattoneel, zang, dans, choreografie, muziek met als apotheose de verering van de relikwie van het Heilig Bloed.
Indien het in oorsprong een pure geloofsuiting was, werd de Heilig-Bloedprocessie voor het stadsbestuur snel een uithangbord voor de uitstraling van de stad. Zo groeide gedurende eeuwen een sterke verbondenheid van de Bruggeling met zijn processie, die zich nog steeds uit in een uiterst trouw en divers deelnemerspubliek. Ze zijn fier Bruggeling te zijn en willen via hun deelname die band met hun stad beklemtonen. De processie blijft in eerste instantie van de gemeenschap. Generatie op generatie wordt de fakkel doorgegeven.
Sinds de jaren '70 van de 20ste eeuw is de leefbaarheid van de processie ook bewerkstelligd door een vernieuwing en verjonging van de taferelen, mits behoud van de oorspronkelijke boodschap. Het spreekt voor zich dat ook de komende jaren de Heilig-Bloedprocessie zal blijven evolueren.
De Heilig-Bloedprocessie lokt jaarlijks tussen de 30.000 en 45.000 toeschouwers en gaat telkens uit op O.L.H.-Hemelvaart. Men kan gerust stellen dat op Heilig-Bloeddag een staalkaart van de wereld aanwezig is in Brugge.
UNESCO-conventie voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed
De UNESCO-conventie voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed uit 2003 is een aanvulling op de UNESCO-conventie van 1972 over monumenten en landschappen, die vooral bekend is door de lijst van het werelderfgoed, waarop ook de Brugse binnenstad prijkt. De conventie van 2003 gaat voornamelijk over tradities, feesten, dansen, rituelen, verhalen, oude ambachten en geneeswijzen; over niet-tastbaar of immaterieel erfgoed dus. De conventie streeft een wereldwijd bewustzijn na van het belang van deze vorm van erfgoed. Daarbij is het de bedoeling om culturele diversiteit in de wereld in beeld te brengen en maatregelen te treffen om de leefbaarheid van dit erfgoed te verzekeren.
De UNESCO-conventie van 17 oktober 2003 nodigt alle staten uit om een hedendaags beleid te ontwikkelen voor immaterieel cultureel erfgoed. Om de aandacht voor en de zichtbaarheid van het immaterieel cultureel erfgoed te verhogen roept de conventie twee lijsten in het leven: een internationale lijst van immaterieel erfgoed dat dringend aan bescherming toe is (artikel 17) en een representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid (artikel 16). Daarnaast voorziet het art. 18 van de conventie dat de lidstaten projecten en programma's kunnen indienen betreffende de bescherming (safeguarding) van het immaterieel erfgoed, daarbij rekening houdend met de specifieke noden ter zake van de ontwikkelingslanden.
Vlaanderen ratificeerde reeds in 2006 deze conventie en werkte actief mee aan het schrijven en verder uitwerken ervan. In 2008 werden de operationele richtlijnen (de uitvoeringsbesluiten) van deze conventie aangenomen. Om op de internationale Unesco-lijst te geraken, moet een item eerst op de inventaris van zijn land of gemeenschap geraken. De Vlaamse overheid speelde hier onmiddellijk op in door diezelfde zomer een reglement uit te vaardigen, een Vlaamse lijst van immaterieel erfgoed in het leven te roepen, een commissie aan het werk te zetten en voorstellen op de Vlaamse inventaris te zetten.
Zo konden vóór 30 september 2008 door de Vlaamse Gemeenschap alvast twee voorbeelden van immaterieel cultureel erfgoed voorgedragen worden voor opname op de representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid (ofwel artikel 16). Enerzijds ging het om de 'Heilig-Bloedprocessie Brugge' en anderzijds om 'Aalst Carnaval'. De twee dossiers werden ontvankelijk verklaard, maar in extremis werd beslist om het dossier 'Aalst Carnaval' pas in 2010 voor te leggen. Zodoende was het dossier 'Heilig-Bloedprocessie Brugge' het enige Vlaamse dossier dat besproken werd in Abu Dhabi, en dus ook goedgekeurd.
Vragen
- Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Lothar Casteleyn, coördinator Erfgoedcel Brugge via +32 (0)50 44 50 45 of lothar.casteleyn@erfgoedcelbrugge.be.
- Voor verdere toelichting vanuit de Edele Confrérie van het Heilig Bloed kunt u contact opnemen met Edmond Poullet, Voorzitter Comité Heilig-Bloedprocessie via +32 (0)50 35 36 07
- Persdienst van de Stad Brugge, +32 (0)472 900 405
- FARO, tel. +32 (0)2 213 10 60.
Hoofdkantoor
Landcommanderij Alden Biesen
Frans Masereel Centrum
Kantl
Kasteel van gaasbeek
