Naar inhoud
Kunsten en Erfgoed

Cultureel-erfgoeddecreet

De Vlaamse Regering bekrachtigde op 23 mei 2008 het decreet houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid, kortweg het Cultureel-erfgoeddecreet. Het Cultureel-erfgoeddecreet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 4 augustus 2008.

Het Cultureel-erfgoeddecreet bevat de regels op basis waarvan de Vlaamse Gemeenschap het cultureel-erfgoedveld in Vlaanderen ondersteunt en subsidieert. Het ondersteunen en subsidiëren van cultureel-erfgoedorganisaties vormt samen met het beschermen van cultureel erfgoed de twee belangrijke pijlers van het cultureel-erfgoedbeleid.

Het Cultureel-erfgoeddecreet gaat alleen maar over het roerend en immaterieel erfgoed. Het gaat dus over erfgoed in musea, archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken, over heemkundige kringen en andere verenigingen die zich bezig houden met roerend en immaterieel erfgoed, over archieven, kunst- en gebruiksvoorwerpen, over verhalen, rituelen, processies, tradities, gebruiken … De Vlaamse Gemeenschap ondersteunt initiatieven die organisaties daarvoor nemen als ze aan de voorwaarden en de criteria van het decreet voldoen. Het onroerend-erfgoedbeleid en dus het beleid naar monumenten, landschappen en archeologische sites wordt geregeld via andere decreten. Initiatieven voor monumenten, landschappen en archeologische sites kunnen dus niet op basis van het Cultureel-erfgoeddecreet gesubsidieerd worden.

Belangrijke kenmerken van het Cultureel-erfgoeddecreet zijn:

  • Een geïntegreerd en integraal cultureel-erfgoedbeleid. Dat betekent dat het beleid afgestemd moet zijn op andere beleidslijnen en –domeinen zoals het jeugdbeleid, het seniorenbeleid, het toeristisch beleid maar ook in interactie treedt met onderwijs en afgestemd is op het beleid voor het onroerend erfgoed. Een integraal cultureel-erfgoedbeleid wil zeggen dat er zowel aandacht gaat naar de zorg voor het cultureel erfgoed en dus naar behoud en beheer, de depots, inventarisatie … maar ook dat er voldoende aandacht is voor publiekswerking, onderzoek, educatie … 
  • Een complementair cultureel-erfgoedbeleid. Dat betekent dat het beleid van de verschillende bestuursniveaus (gemeenten, provincies, de Vlaamse Gemeenschap en bij uitbreiding ook België en de EU) op elkaar is afgestemd.

Met het Cultureel-erfgoeddecreet:

  • zet de Vlaamse Gemeenschap in op een ééngemaakt en performant steunpunt;
  • kent de Vlaamse Gemeenschap een kwaliteitslabel toe aan musea, culturele archiefinstellingen en erfgoedbibliotheken;
  • neemt de Vlaamse Gemeenschap verantwoordelijkheid op voor cultureel-erfgoedorganisaties die een rol spelen voor gans Vlaanderen en een internationale reflex hebben (~complementair beleid). Op basis van dat complementair beleid kunnen volgende organisaties een werkingssubsidie aanvragen bij de Vlaamse Gemeenschap:
    • musea ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
    • culturele archiefinstellingen ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
    • landelijke cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur;
    • landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed;
    • Archiefbank Vlaanderen;
    • de Vlaamse Erfgoedbibliotheek;
    • samenwerkingsverbanden met het oog op de versterking van de internationale profilering van kunstcollecties;
    • landelijke periodieke cultureel-erfgoedpublicaties.
  • ondersteunt de Vlaamse Gemeenschap het lokale cultureel-erfgoedbeleid door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants met een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband en met de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  • ondersteunt de Vlaamse Gemeenschap het provinciaal cultureel-erfgoedbeleid door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants;
  • subsidieert de Vlaamse Gemeenschap cultureel-erfgoedprojecten en eenmalige publicaties met een landelijke relevantie;
  • subsidieert de Vlaamse Gemeenschap internationale cultureel-erfgoedprojecten.
 

Handleiding bij het Cultureel-erfgoeddecreet